1 + 1 = toch echt geen 3



Brutalen hebben de halve wereld, denk ik en druk op Verzenden. Of ik maandagochtend kan meerijden naar Rotterdam, meerijden met Paul Gilding himself. Om alle vragen die ik via social media van jonge mensen heb ontvangen te stellen aan deze drukbezette man. Het is zondag, de dag voor het interview in Rotterdam en ik ben lichtelijk in paniek: het geplande interview moet worden ingekort. Dat kreeg ik zojuist te horen, net op het moment dat ik met mijn handen in het haar zat door de bijna onmogelijke selectie uit meer dan 100 vragen. Na een paar minuten bliept mijn telefoon met een verassend berichtje: Ja! Klaarstaan om 07.15u in Amsterdam.


Maandagochtend. Het is koud en vroeg. Gewapend met mijn opname apparatuur (aanbieding Aldi) en een stel volgekladde A4-tjes (100 vragen), sta ik in de koude buitenlucht te wachten op Paul Gilding. Ik schrik op van een 'G'morning' vlak achter me, in het typsich Australische accent van Paul Gilding. Ik schud de hand van de brede Australiër en samen wachten we in alle vroegte op Maurits Groen, Nederlands duurzaamheidsguru, en deze week, volgens Paul, de 'driver' met het hoogste IQ van Nederland.

FutureFuel had ie al over gehoord ja, geweldig initiatief. En nee, ik mag hem uitgebreid interviewen ondanks dat het nog zo vroeg is: 'Mornings are good!' Ontbeten heeft hij dan ook nog niet, de tijd vergeten tijdens het beantwoorden van e-mails. In de auto vuur ik de een na de andere vraag op hem af en elk antwoord begint hij met een langgerekt ‘Sooo...’ waarna een uitgebreid verhaal volgt. Paul Gilding spreekt met een bevlogenheid en ethousiasme die maakt dat ik mezelf er halverwege op betrap dat ik met open mond (oncharmant!) aan het luisteren ben.

‘It’s the economy, stupid!’
De mensheid stevent af op een een enorme crisis, legt Gilding uit, de grootste crisis in de geschiedenis van de mensheid. Nee, niet ‘slechts’ een ecologische crisis, maar juist en vooral een economische crisis: ‘We zijn ruim voorbij de capacitieit van de planeet om onze economie draaiende houden. Het huidige model van onbegrensde groei is simpelweg niet mogelijk op een begrensde planeet. En toch blijven we groeien. Groeien, totdat we tegen de muur staan. En botsen. En nog een keer botsen. Net zo lang tot we niet meer verder kunnen. Dan zullen we doen wat nodig is: bouwen aan een nieuw economisch systeem.’ En nee, een spaarlamp indraaien gaat ons niet meer helpen: ‘Dat zal er slechts voor zorgen dat we iets efficienter tegen de muur klappen. Deze crisis is onontkoombaar.’ Waarom? Simpelweg omdat ie al lang en breed aan de gang is. We zijn de grenzen van ons ecologische systeem al over gegaan. Voelen zullen we dat pas later door de vertragingen in het systeem. Maar tegenhouden? Nee, dat gaat niet meer lukken.

Toen Maurits Groen mij een aantal weken geleden aanbood om een interview te regelen met Paul Gilding was mijn eerste reactie: ‘He nee, een doemdenker. Daar heb ik echt geen zin in.’ Maar toen ik zijn boek Helden uit Noodzaak in handen kreeg, las ik tot mijn grote verbazing niets nieuws. Ik kende alle feiten, alle onderzoeken. Geen scenario was nieuw. Het enige wat Paul Gilding deed was deze feiten combineren: ok, als de capaciteit van onze planeet deze grootte heeft en onze economie groeit op deze snelheid door, dan gaat er ergens iets mis. Simpele logica en het trekken van conclusies die niemand eerder durfde te trekken, namelijk: dit gaat pijn doen. ‘We moeten datgene accepteren wat onvermijdelijk is. Als we ervoor kiezen om maatregelen te nemen, zijn we beter af. Als we ervoor kiezen om geen maatregelen te nemen, zijn we slechter af. Maar het gaat gebeuren, zo simpel is het.’

Toch vraag ik hem nog even voor de zekerheid, ben je niet veel te pessimistisch? Dit gaat gewoon goedkomen, toch? Paul lacht. ‘Ja, dat is een typisch menselijk verlangen. Alles komt goed, happy end, eind goed, al goed. In Australie zeggen we: ‘No worries, mate’. En ik wou dat het zo was. Als dit over de toekomst ging, dan zou het zeker mogelijk zijn. Maar dit gaat over het heden. En de cijfers laten weinig aan de verbeelding over.’

Volgens Gilding moeten we stoppen met ons zorgen te maken over de crisis die komen gaat, maar ons focussen op het bouwen van de fundamenten van een nieuw systeem. ‘Het zit nou eenmaal in ons mensen dat we pas veranderen als we met onze voeten al ruimschoots in het water staan. Maar als we dan zo ver zijn, zijn we in staat tot buitengewone veranderingen in korte tijd. We zullen de komende decennia ontwikkelingen zien waarvan we niet dachten dat we er als mensheid toe in staat waren.’

De jonge generatie
Het bouwen van een nieuw systeem is met name een taak voor jonge mensen. Oude structuren moeten worden doorbroken en nieuwe instituten opgebouwd. Gilding’s boodschap voor jonge mensen? ‘Aan het werk, jullie. Ga aan het werk met een geloof in onbegrensde mogelijkheden. Het nieuwe economische systeem zal door jullie gebouwd worden.’ Daar moet ik hem toch even onderbreken. Want, allemaal leuk en aardig, maar als je net als ik net afgestudeerd bent en klaar bent om ‘jouw grote bijdrage’ te gaan leveren aan de wereld, land je toch vooral al snel weer met beide benen op de grond. De realiteit is: weinig banen en die banen die er wel zijn vooral in de zoals Gilding het noemt ‘oude structuren’. ‘Ja, dat is moeilijk,’ beaamt Gilding, ‘En toch moet je mogelijkheden blijven zien. Een goed voorbeeld is datgene wat jij nu doet. Jij dacht: ik kan toch geen baan vinden, dus laat ik dan maar wat nuttigs gaan doen. En waarom niet gelijk iets groots? Maar denk niet dat je gelijk in je eentje het hele systeem wel even verandert, dat kan niemand. Doe wat werkt voor jou, waar je energie van krijgt en je hart sneller van gaat kloppen, maar doe iets, dat is het allerbelangrijkste.’

Dagelijks krijgt hij e-mails van jonge mensen met de vraag ‘Wat zal ik doen met mijn leven?’ en ‘Hoe kan ik de grootste impact maken?’: ‘En natuurlijk moet je jezelf dat afvragen. Sterker nog, dat doe ik elke dag. Maar maak er geen technische analyse van. Ik krijg bijvoorbeeld veel meer aanvragen om te spreken dan ik mogelijk zou kunnen aannemen. En het is niet dat ik dan alleen de belangrijke praatjes aanneem, ik spreek ook voor groepen jonge mensen die totaal onbelangrijk lijken op de schaal waar ik over praat. Maar in elk publiek kan iemand zitten die iets geweldigs gaat doen met wat jij zegt. Daarom neem ik elke presentatie, elke conversatie serieus. Zoals ik nu in de auto zit te praten met jou, dat is belangrijk. Je moet jezelf afvragen waar je energie van krijgt. Zoek naar wat jouw gelukkig maakt en het gevoel geeft dat wat je doet belangrijk is. Gebruik je hart als een gids voor wat je zou moeten doen. En onthoud dit: je weet nooit of iets wat jij doet de aanzet gaat zijn voor iets veel groters.’

Terwijl we in alle vroegte vast komen te staan in de file rond Rotterdam, praat ik met Gilding over zijn carriere (‘Ik had echt totaal geen plan’), zijn leven (lachend: ‘Ik heb ze allemaal gehad, quarterlife crisis, dertigerscrisis, midlife crisis...’), en zijn rotsvaste optimisme (‘Veranderen is datgene dat we altijd gedaan hebben’). Ik ben onder de indruk van het realisme van deze bevlogen man, die met zijn volle aandacht mijn spervuur aan vragen (door de file in totaal 2,5 uur!) geduldig uitzit. Als ik naar zijn logische conclusies luister (‘1+1=2’) heb ik het gevoel dat ik jarenlang oogkleppen op heb gehad. Ondanks dat ik alle feiten ken, heb ik nooit die laatste conclusie willen trekken, namelijk dat er grenzen zitten aan onze groei en een crisis onvermijdelijk is. Het gaf me een ongemakkelijke gevoel, want: dat kan toch niet? Maar uiteindelijk is 1+1 toch echt geen 3.

Vlakbij Rotterdam stoppen we bij een tankstation om een ontbijt te halen. 'Nederland is echt het enige land waar je moet betalen voor de wc,' moppert Gilding terwijl hij zijn koffie afrekent. Maurits legt hem uit dat je de 50 cent die je eerst in de automaat gooit, weer terug krijgt bij het afrekenen. 'Ja, hier!' roep ik terwijl ik snel naar de automaat loop om zijn vergeten bonnetje eruit te vissen, 'Dan krijg je 50 cent korting!' De mannen kijken me overdonderd aan. 'Ik ben student,' leg ik opgelaten uit. Paul buldert van het lachen en geeft het bonnetje aan me terug. 'Dan is dit de eerste donatie aan FutureFuel.'


Foto: Joey Johannsen, Rotterdam

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *