Luna futurefuel

Wijsheid zonder woorden


Het kleine vliegtuigje schudt heftig heen en weer voordat het met een doffe klap landt temidden van een heftige regenstorm op Arcata Airport, een kleine stad in het noorden van Californië. Ik ben gestoord, knéttergek, denk ik terwijl ik dwars door de regen mijn koffer naar de aankomsthal sjouw. Wat doe ik hier? Waarom geef ik mijn halve reisbudget uit en reis vier dagen om, alleen maar om een bezoek te brengen aan... een boom?

De boom in kwestie is een duizend jaar oude sequia boom met de naam Luna. Met een omvang van zo’n 12 meter en een hoogte van meer dan 60 meter staat ze op een steile bergriggel boven het dorpje Stafford, ten noorden van San Francisco. Het is de boom die milieuactiviste Julia Hill met haar leven beschermde door er meer dan twee jaar in te gaan wonen. Sinds het moment dat ik op mijn twaalfde het verhaal las van Julia Hill en Luna was het mijn droom om hier te komen. En wat was ik teleurgesteld toen mijn rolmodel Julia Hill intussen verhuisd bleek te zijn naar Midden Amerika en het interview niet in Californië kon plaatsvinden (al was een tropisch eiland ook geen slechte interview locatie, hoor). Toen het interview met Alec Loorz plotseling door zijn depressie naar zijn ouderlijk huis in Californië moest worden verschoven, zag ik mijn kans en mailde Julia hoe en waar ik Luna kon vinden. Niet makkelijk, mailde ze terug, Luna is niet een boom die je zomaar kunt bezoeken, maar staat op het land van de houtkapmaatschappij. Een aantal keer per jaar mag de ‘caretaker’ van Luna, Stuart, het land op om Luna te verzorgen, verder komt er niemand in. Mijn enige kans is om Stuart over te halen mij met hem mee te nemen. Een direct emailadres van Stuart heeft ze echter niet...

Wie doet nou zoveel moeite om een boom te bezoeken, vraag ik me telkens weer af na het zoveelste vergeefse telefoontje of onbeantwoorde email. En toch wil ik met heel mijn hart naar deze plek toe. Ik kijk met verbazing naar mezelf. Waarom voel ik toch zoveel behoefte om deze boom te bezoeken? Waar komt die innerlijke drang toch vandaan om een boom te ‘ontmoeten’? Een diep weten, diep van binnen, dat ik Luna moet bezoeken. Ik snap er niets van. Mijn hoofd draait overuren om dit rare gevoel te verklaren en te analyseren.

Uiteindelijk krijg ik de avond voordat ik naar Los Angeles vertrek eindelijk iemand aan de lijn die me in contact kan brengen met Stuart. En als ik de volgende dag aankom in Californië zit er een verrassende email van Stuart in mijn inbox: ‘Wat een bijzonder project. Je hebt ontzettend geluk, ik wilde volgende week net weer eens een bezoek brengen aan Luna.’ We spreken een dag af, nog voordat ik erachter ben dat Los Angeles en San Francisco niet zo dicht bij elkaar liggen als laten we zeggen Amsterdam en Parijs. De schok volgt later als blijkt dat ik in twee volle dagen en een nacht met veertien (!) verschillende bussen (die nooit op tijd rijden) naar Arcata moet zien te komen. Mijn hoofd en hart liggen met elkaar in gevecht en het ‘Zeg het af, je bent knettergek!’ wordt afgewisseld met dat rare gevoel: ‘Je moet gaan’.

Ik ben gek. Maar ik ga. En gelukkig volgt na mijn besluit een verlossende email van Stuart. Of ik ook heb gezien dat er een klein vliegtuigje naar Arcata gaat, zodat ik mezelf niet 50 uur op hoef te vouwen in een bus. Mijn hoofd heeft weer een argument minder. Mijn hart juicht.

landing arcata

Als ik eindelijk aankom in mistig en regenachtig Arcata weet ik niet wat ik meemaak na zoveel dagen oppervlakkigheid in Los Angeles. Ik zie Tibetaanse gebedsvlaggetjes, hippies met rasta haren en blote voeten en reclame voor tarot lezingen op de gevel van een edelstenen winkel. De hamburgerketens hebben plaats gemaakt voor raw food, noten en vegetarische eettentjes. In het hotel word ik direct uitgenodigd voor de jaarlijkse ‘community fair’ met reggae, DIY-standjes en homemade vega food. Ja, ik snap nu wel hoe Julia Hill zo’n hippie is geworden.

De volgende dag wordt ik opgehaald door Stuart, een hippie van in de vijftig met kort grijs haar en lieve ogen achter een bril. Hij begint vrijwel direct te praten en blijft dat vrijwel aan een stuk door doen – mijn arme jetlag hoofd heeft het zwaar. Na het tekenen van de aansprakelijksheidspapieren bij het hoofdkantoor van de houtkapmaatschappij en een kort bezoek aan het huis van Stuart – een klein houten huisje in het bos volgestouwd met laden vol gedroogd fruit, waar ik een hele zak van mee krijg – rijden we dan eindelijk het land van de houtkapmaatschappij op. Stuart wijst in de verte Luna aan, een grote boom met onregelmatige top. Mijn hart houdt zich stil, mijn hoofd tettert een constante stroom van verwijten over wat ik hier in hemelsnaam hoop te vinden.

Anne bij Luna

Na het afrijden van een modderige weg omhoog, met bij elke bocht de angst voor een vrachtwagen die ons hier niet verwacht, stappen we eindelijk uit. Er is wel een weg naar Luna, maar die is vol gegroeid met gras en struiken. Gelukkig regent het niet meer, denk ik net voor het moment dat Stuart per ongeluk een complete (natte!) bramenstruik in mijn gezicht lanceert. Auw... Na een half uur geworstel door het struikgewas laat Stuart mij voorgaan, om Luna als eerste te ‘ontmoeten’. En als ik langs een groep kleinere bomen ben geklauterd staat ze daar, Julia’s boom.

‘Hallo, Luna,’ fluister ik zachtjes (terwijl mijn hoofd zich vertwijfeld uit laat over het feit dat ik tegen een boom praat). Ik loop om Luna heen, en voel de grove bast en het zachte natte mos. Mijn handen gaan over de stalen constructie waarmee men Luna heeft geprobeerd te redden, nadat een onbekende vandaal een jaar nadat Julia naar beneden was gekomen de boom heeft willen omzagen. Opvallend genoeg is deze constructie aangelegd door medewerkers van de houtkapmaatschappij, waarmee de boom voor velen een symbool van verbinding werd. ‘Luna brengt mensen samen,’ zo vertelde Stuart eerder. Hij is intussen ook aangekomen en is tegen de boom aan gaan zitten. Met een gelukzalige glimlach kijkt hij in de verte. En, besef ik me na een tijdje: hij is stil, helemaal stil.

stuart and luna

Ik klauter om de boom heen, de boom die ik al sinds mijn twaalfde wilde bezoeken. Wat doe ik hier? Waarom voelde ik die aandrang om hier te komen? ‘Weet je,’ zegt Stuart opeens, ‘Mensen veranderen door hier te komen. Dat is wat ik van iedereen hoor.’ Ik klauter terug naar de plek waar hij zit. Wat voor mensen heb je nog meer hier naar toe genomen, vraag ik hem. ‘Er was iemand die een boek schreef over de heilige plaatsen van Californië,’ begint hij te vertellen, ‘En National Geographic komt hier binnenkort heen om een uitgebreide special te maken van Luna als één van de ‘world's wisest trees’.’ Ik ben dus niet de enige idioot die naar Luna getrokken werd.

En hoe langer ik hier ben – en hoe meer ik mijn hoofd stil krijg – hoe meer ik de energie voel van deze bijzondere plek. Het is een energie die niet te omschrijven is, er zijn geen woorden voor, maar het is een energie die maakt dat ik het liefst tegen de boom aan blijf zitten om te luisteren, alleen maar te luisteren. Naar wat? Mijn hoofd tettert dat het onzin is, maar mijn hart voelt het meer dan duidelijk en maakt contact met de duizend jaar oude wijsheid die verankerd is in deze boom. En terwijl ik daar zit besef ik me misschien wel het belangrijkste inzicht van mijn zoektocht naar antwoorden: het bestaan van een diepe wijsheid, een wijsheid zonder woorden.


Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *