Severn Suzuki en Anne Walraven voor FutureFuel

Wow. Wow. Wow.

Wow, wat een prachtig eiland. Wow, wat een inspirerend interview. En wow, wat een vreselijke jetlag. Negen uur tijdsverschil maakte mij de afgelopen dagen tot een gevaar voor de samenleving, de openbare orde en wereldvrede.

Niks geen jonge vrouw in de bloei van haar leven, maar een demente maar oh zo prikkelbare vrouw van 87 met een korte termijn geheugen van precies 1 seconde. De cijfers van mijn vertrektijden dansten zich in mijn hoofd tot steeds wisselende combinaties, waardoor ik vooral op goed geluk naar Nederland terug wist te komen in bus, boot, bus en vliegtuig. Mijn bloemetjestas - u kent hem nog wel - vloog in de fik (tas+fornuis=dus niet het gas aanzetten), ik at spicy havermout met cayennepeper in plaats van kaneel en werd half overreden door een vloekende fietser. Vriendlief besloot mij ten einde raad te veroordelen tot de relatieve veiligheid van bank, deken en kamille thee, waardoor diezelfde bank en deken nu onder de theevlekken zit. Tja.

Maar goed. Interview. Wat een supergeweldigbijzondermooi gesprek met Severn Suzuki. Meer dan twee uur praten we over haar beroemde speech, wat er sindsdien gebeurd is (‘Veel te weinig.’), of er nog wel een kans is op een groot masterplan voor onze planeet en waar werkelijke verandering dan wel vandaan komt. Severn praat snel en enthousiast alle geheugenkaartjes vol en gaat zelfs nog door nadat de camera’s één voor één op zwart gaan doordat de batterijen leeg zijn. ‘Wat een interessante vragen!’ roept ze meerdere keren en vertelt dan snel verder over de grote paradigma verschuiving die oh zo nodig is, de lessen die ze leert van de inheemse bevolking op het eiland (haar man, een jeugdliefde, is een echte Haida) en waarom het zo belangrijk is om te luisteren, echt te luisteren, naar de jonge generaties. De tranen stromen over haar wangen als ze vertelt over de drie inheemse kinderen die ze ontmoette op de afgelopen VN conferentie in Rio de Janeiro die gewoonweg niet snapten hoe het toch kon dat iedereen een plastic flesje water kreeg bij een sessie over het afvalprobleem in onze oceanen. Haar woorden raken me – ook ik pink een traantje weg – en blijven door mijn hoofd spoken in de dagen erna.

Uitzicht Queen Charlotte

Maar ook mijn vragen laten haar niet los. Twee dagen later kom ik ter afscheid nog even een kop thee drinken bij haar thuis, op de top van een heuvel (volgens Severn een geel huis, waardoor ik 20 minuten loop te zoeken tussen de witte huizen en uiteindelijk door haar man naar het goede witte huis wordt geloosd). Haar twee jonge kinderen rennen al brommend met speelgoedauto’s door het huis en we drinken samen met haar man en mijn Japanse hostelgenoot Kenji een kop thee met adembenemend uitzicht. Ook Severn denkt nog steeds na over de onderwerpen uit ons gesprek. Ze heeft zelfs een aantal vragen verwerkt in haar presentaties van die middag. ‘Want ja, dit zijn inderdaad de vragen die we onszelf moeten stellen.’

Als laatste vraag ik haar naar haar eigen droom voor de toekomst. 'Dat mijn oudste zoontje later nog net als zijn vader kan gaan vissen in de oceaan,' zegt ze bedachtzaam, 'en er nog steeds zalm zwemt in de rivieren op het eiland.' Ik krijg een grote glazen pot van deze zalm in mijn handen gedrukt, krijg een dikke knuffel van Severn en neem afscheid van het Haida gezin. Terwijl Kenji de truck al keert, worden we echter teruggeroepen. ‘Stop, stop!’ Het zoontje van Severn komt de weg opstormen en ik krijg een enorme pot met perzikken op sap in mijn handen gedrukt. Verlegen rent hij weer terug en we zwaaien een laatste keer.

Met een koffer die plotseling 10 kilo extra weegt, begeef ik me naar bus en boot. Dag Severn, dag prachtig Haida Gwaii...

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *